Home

Welkom op de site van Vertaalbureau Roel Schuyt.

Roel-Schuyt

De fascinatie van Roel Schuyt met de talen en culturen van de Balkan ontstond in de jaren ’50 en was in eerste instantie te danken aan zijn kennismaking met de muziek uit dit gebied en de omringende regio’s.

Na zijn studie Slavische taal- en letterkunde in Amsterdam zette hij in 1979 zijn eerste schreden als literair vertaler toen Lela Zečković, die eerst als docente Servo-Kroatische letterkunde en daarna als docente vertaalkunde was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, hem verzocht samen met haar een aantal gedichten van Servische en Kroatische auteurs in het Nederlands te vertalen. Hierna volgden twee romans van de Servische schrijver Danilo Kiš: Een grafmonument voor Boris Davidovitsj  en Encyclopedie van de doden. Met Tuin, as van dezelfde auteur nam zijn loopbaan als zelfstandig vertaler een aanvang. Wel moest in deze jaren het vertaalwerk regelmatig wijken voor de afronding van zijn proefschrift.

In 1993 verscheen bij Nijgh & Van Ditmar de essaybundel Nationaliteit: geen van de Kroatische schrijfster Dubravka Ugrešić, en bij De Wereldbibliotheek zijn eerste vertaling uit het Sloveens: de roman Noorderlicht van Drago Jančar. In 1995 vertaalde hij voor Poetry International een aantal gedichten van de Macedonische auteur Bogumil Gjuzel en in 1996 begon hij voor uitgeverij Van Gennep aan zijn eerste vertalingen uit het Albanees: De adelaar van Ismail Kadare en Een vrouw uit Tirana van zijn vrouw Helena Gushi-Kadare.

In 1994 liet Roel Schuyt zich beëdigen als vertaler Russisch en Servo-Kroatisch, of zoals het tegenwoordig officieel heet: Bosnisch-Kroatisch-Servisch. Behalve literaire vertalingen verzorgde hij namelijk ook zakelijke vertalingen voor overheidsinstellingen, bedrijven, vertaalbureaus en particulieren, onder wie halverwege de jaren ’90 veel vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië waren die hun officiële documenten in het Nederlands wilden laten vertalen.

Voor de vertaling van De nieuwkomers deel I van de Sloveense auteur Lojze Kovačič ontving hij in 2011 de Aleida Schotprijs.

De belangstelling voor muziek van de Balkan, Centraal-Europa en Rusland is bij hem altijd gebleven: hij speelt viool, altviool en soms cello in enkele Roemeense en Hongaarse orkesten en leidt een folkloristisch koor in Haarlem.